Skip to main content
Wanneer een automatisering niet loopt zoals verwacht, laten de event- en runhistorie zien waar het proces is gestopt. Met deze controles ga je van het ontvangen event naar de afzonderlijke stappen en test je daarna veilig je oplossing.

Bepaal eerst waar het proces stopte

Controleer voordat je iets wijzigt hoe ver het event is gekomen.

1. Controleer of HireData het event ontving

Iedere eventgestuurde automatisering begint met data uit een gekoppelde app.
  1. Open Events in de hoofdnavigatie.
  2. Zoek de kandidaat, contactpersoon of het event dat je verwachtte.
  3. Open het event.
  4. Controleer in Data of de verwachte velden en waarden aanwezig zijn.
  5. Gebruik de codeweergave (</>) om ruwe JSON of een exacte veldnaam te bekijken.
Kun je het event niet vinden? Controleer dan of de wijziging in de bronapp is opgeslagen en of de HireData-koppeling werkt. Bekijk voor Carerix-problemen Waarom synchroniseert Carerix niet met HireData?. Meer informatie vind je bij Events.

2. Controleer of de automatisering actief is

Een inactieve automatisering maakt geen nieuwe runs voor binnenkomende events. Open de automatisering en bekijk de actie rechtsboven:
  • Pause betekent dat de automatisering actief is.
  • Activate betekent dat de automatisering inactief is. Kies Activate als nieuwe events de workflow mogen starten.
Door een automatisering te activeren, worden events uit de inactieve periode niet automatisch verwerkt. Controleer eerst de rest van de configuratie en replay daarna eventueel zorgvuldig een eerder event.

3. Vergelijk het event met de Start-configuratie

Bestaat het event maar is er geen run? Vergelijk het event dan met het Start-blok. De app, trigger en voorwaarden moeten overeenkomen met het ontvangen event. Controleer op:
  • Een andere app of een ander object dan de bron van het event
  • Een andere trigger, bijvoorbeeld Created in plaats van Updated
  • Een verplicht veld dat in het event ontbreekt
  • Een veldwaarde die niet aan een Start-voorwaarde voldoet
  • Een veld waarvan naam, type of indeling in de bronapp is gewijzigd
Vergelijk de daadwerkelijke waarden uit het event met de instellingen in het Start-blok. Sla wijzigingen op voordat je opnieuw test.

4. Bekijk de run en de stappen

Als er een run bestaat, is de automatisering wel gestart. De run timeline laat zien waar het event stopte.
  1. Open Runs in de hoofdnavigatie.
  2. Zoek en open de betreffende run.
  3. Selecteer de stap die stopte, mislukte of werd geannuleerd.
  4. Bekijk Overview, Fields en Related.
Overview kan het resultaat of de annuleringsmelding bevatten. Fields toont de gebruikte of gemaakte waarden. Via Related ga je terug naar de automatisering en het event. Lees meer bij Runs.

5. Test de oplossing

Nadat je de oorzaak hebt opgelost, test je opnieuw. Een nieuw event is het veiligst. Daarmee ontstaat een nieuwe run zonder acties uit een eerdere run te herhalen. Is een nieuw event niet praktisch, dan kun je het oorspronkelijke event replayen:
  1. Ga terug naar het event.
  2. Bekijk welke runs en taken al zijn voltooid.
  3. Kies Replay.
  4. Open de nieuwe run en controleer het pad.
Een replay kan e-mails, berichten, recordupdates, taken en andere eerder uitgevoerde acties herhalen. Controleer alle gekoppelde runs voordat je de replay bevestigt.

Hulp nodig?

Werkt de automatisering nog steeds niet zoals verwacht? Neem contact op via support@hiredata.com en stuur mee:
  • De link of ID van het event
  • De naam van de automatisering
  • Het run-ID, als er een run is gemaakt
  • Het resultaat dat je verwachtte
  • De stap of voorwaarde waar het proces lijkt te stoppen
  • De exacte fout- of annuleringsmelding